Vertegenwoordiging van mensen met een beperking
In 2020 zouden de Verenigde Naties de implementatie van het VN-verdrag Handicap voor de eerste keer toetsen. Maar door de coronapandemie ging dat niet door. Dat maakt dat Nederland in 2024 voor het eerst werd beoordeeld. Lydia Vlagsma: "Sinds het VN-verdrag in Nederland is aangenomen is de situatie van mensen met een beperking of chronische ziekte in ons land niet verbeterd, en op sommige vlakken zelfs slechter geworden. Dat was de kernboodschap die de delegatie aan het VN-comité kon overdragen."
De Nederlandse delegatie VN-verdrag Handicap bestond mensen met een beperking en hun organisaties, waaronder Ieder(in).
Lydia: "We vonden het belangrijk om naar Genève te gaan met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de extreem diverse groep van mensen met een beperking. Het is onmogelijk om daar volledig recht aan te doen. Maar we zijn er wel in geslaagd binnen onze afvaardiging veel kennis en expertise te verzamelen."
Erkenning van het VN-comité
Op 13 augustus spraken zij achter gesloten deuren met het VN-comité over de knelpunten voor mensen met een beperking in Nederland. De delegatie oefende met vragen beantwoorden met hulp van ervaren internationale belangenbehartigers van het European Disability Forum en de International Disability Alliance. Dit was essentieel om snel en effectief te kunnen reageren op de vragen van het comité. Het gesprek met het comité werd afgetrapt met korte toespraken van verschillende delegatieleden, waaronder Jiska Ogier en Roos Hoelen. Ook het College voor de Rechten van de Mens leverde een belangrijke bijdrage.